Wie wil er nog bij de Rotary of de Lions?

NRC bezocht een clubavond van de Rotary in Sassenheim en maakte een uitgebreid artikel over serviceclubs in Nederland.

Zodra voorzitter Henk Griffioen op de houten zeepkist gaat staan, verstommen de gesprekken. In de Bibliotheekzaal van Bowling- en Partycentrum De Oude Tol is het eerste kopje koffie net op. Zo’n dertig hoofden draaien zijn kant op. “Vrienden, zullen we dan maar?” De wekelijkse bijeenkomst van Rotaryclub Sassenheim is begonnen.

Het zijn de plekken waar je van oudsher rechters trof, chirurgen, bestuurders uit het bedrijfsleven. De succesvolle laag van de samenleving. Heren, later ook dames, die iets wilden ‘terugdoen’ voor de maatschappij. Als bijna vanzelfsprekend sloten zij zich aan bij de Rotary of de Lions, de twee grootste zogeheten serviceclubs van Nederland. Vrijwilligerswerk en netwerk ineen.

Maar de tijden zijn veranderd: het ledenbestand van deze clubs, hoewel nog altijd groot – respectievelijk 19.000 en ruim 12.000 – wordt kleiner. Het onuitgesproken credo ‘eenmaal lid, altijd lid’ maakt bovendien dat vergrijzing toeslaat. Zijn traditionele serviceclubs nog wel van deze tijd? En met welke problemen worstelen ze?

Zie het volledige artikel op nrc.nl: Wie wil er nog bij de Rotary of de Lions?, door Eva Oude Elferink en Harrison van der Vliet, 19 februari 2016.

Bij koepelorganisatie Serviceclubs In Nederland (SIN) zijn in totaal twaalf serviceclubs aangesloten, samen goed voor ruim 50.000 leden. SIN werd in 1974 opgericht en helpt onder meer bij de financiering van projecten.

Zie ook Het elitaire karakter werkt tegen; Serviceclubs.

Gerelateerde berichten

Reacties zijn gesloten.